Bevrijding van Erm (5).

7 april 2020
Bevrijding van Erm (5).

 

De datum van 10 april 1945 nadert, de dag waarop 75 Erm werd bevrijd. Coevorden was van 5 op 6 april al bevrijd. De Canadezen, waartoe ook een afdeling Polen behoorden, komen dichterbij. In het verhaal van Jan Keen en Hendrik Anholts horen we over gevechtshandelingen die steeds dichter bij Erm komen. En we horen al de eerste verhalen over de bevrijding van Erm.

Het verhaal van Jan Keen en Hendrik Anholts

Dit verhaal begint op Holsloot. De Duitsers hebben de bruggen onklaar gemaakt om te voorkomen dat de bevrijders over de Hoogeveense vaart konden komen. De brug bij café Kooiker was gedeeltelijk opgeblazen en de brug bij Kiers was afgedraaid en onbruikbaar gemaakt door er een boom te laten vallen. Toen de Duitsers weg waren, gingen de omwonenden de brug herstellen. Er kwam toen echter een groep Duitsers op fietsen terug uit de Loodjesbergen, waar ze zich hadden verschanst. Zij gelastten Piet Uneken die bij de brug was de brug weer open te draaien. Hij weigerde echter en vluchtte, maar werd door zijn been geschoten.

Omstreeks dezelfde tijd kwamen ook de eerste Poolse bevrijders. Zij beschoten de Duitsers die maakten dat ze wegkwamen, hun fietsen en wapens achterlatend. Bij de eerste Poolse bevrijders was een Belg die Nederlands sprak. Deze beloofde de mensen bij de brug een fiets (van de Duitsers) als ze de brug weer in orde maakten en dat is gebeurd. De volgende dag konden de Polen richting Erm.

Maar op deze laatste dag werden Jan Keen en Hendrik Anholts opgepakt door de Duitsers. Ze werden verdacht van spionage en wapenbezit. Ze werden meegevoerd naar Erm, waar ze meerdere malen werden bedreigd, onder andere bij de smederij van Tijben en bij de schuur van Jan Hazelaar. Hierna zijn ze meegenomen naar het landwachthuis in Emmen (voormalig hotel Postema) en daarna naar het politiebureau. Maar omdat de bevrijding op gang kwam hield men het bij de politie wel voor gezien : die gingen ’s avonds weg en lieten de celdeur openstaan. Keen en Anholts zijn er toen maar vandoor gegaan en hebben de nacht doorgebracht in Westenesch bij familie. De volgende dag gingen Egbert Keen en Harm Anholts op zoek naar hun broers. Ze informeerden in Erm of er iets over hen bekend was en het bleek dat zij inmiddels weer in Erm gezien waren. Bij bakker Arend Naber zagen ze elkaar weer terug.

De laatste oorlogsdagen trokken de Duitsers zich massaal terug, richting Emmen. Het was een ongeregelde bende, met paard en wagen, met fietsen en handkarren en veelal lopend. Ze haalden melk bij de boeren uit de bussen en haalden haver van de zolder en verder alles wat van hun gading was. Bij J. Ziengs in het Oostereind bleef een oude auto met gasgenerator achter die defect was. Bij de familie Jansen een motor en bij Jan Heidemans zelfs een koe.

Een paar dagen voor de bevrijding moest Lubbert Sikken in opdracht van de landwacht met paard en wagen een gezin wegbrengen naar Assen. Dit was een gevaarlijke tocht, want onderweg waren er nog veel gewapende Duitsers. Het paard was hoog drachtig en kon in Schoonoord niet verder. Ze hebben een andere boer gezocht en Lubbert mocht weer naar Erm.

10 april 1945 was de dag van de bevrijding van Erm. Het was een stille dag waardoor je het gerommel van de bevrijders in de verte kon horen. Er verschenen mannen die lange tijd niet gezien waren; ze waren ondergedoken geweest.

De eerste bevrijders waren Polen. Eerst kwamen er zes kleine tanks, zogenaamde carriers als verkenners. Deze gingen, na eerst op het kruispunt een zekere Piet gesproken te hebben door naar Oostereind.

Er heeft zich een Duitse soldaat overgegeven aan de Polen.

Hij kwam bij de familie Boer achter het huis vandaan (nu het huis van familie Sikken aan de Dalerstraat – zie foto) met een witte kussensloop boven zijn hoofd en zijn geweer met de loop naar beneden. Het bleek dat hij enkele dagen daarvoor had gevraagd of hij zich daar mocht verstoppen, maar dit werd hem toen geweigerd.

Bij Albert Kamping in het Oostereind vroeg een Nederlands sprekende man die bij de Polen was ‘waar zitten heir de moffen’, waarop Albert antwoordde dat ze zich ingegraven hadden in het Noordbargerbos. Daar zijn ze toen gaan kijken, maar ze kwamen terug en zeiden dat er nog niet gevlagd mocht worden en dat ze versterkingen gingen halen. Daarna kwamen er grote Cromwelltanks. Deze richtten hun geschut op Noordbarge, waar later enkele boerderijen zijn verbrand. In Erm is er echter niet gevochten.

Morgen het eerste deel van het verslag van de toen tienjarige Willy Griffijn, die samen met haar zus Thea en haar ouders vanaf half februari 1945 als evacuées uit Rotterdam opgenomen waren in het gezin van de familie Nijenhuis aan de Brink. Zij heeft van haar verblijf in Erm een levendig verslag geschreven.

Copyright © 2014,  ERM.NU. Alle rechten voorbehouden.