Bevrijding van Erm (6).

8 april 2020
Bevrijding van Erm (6).

Vandaag het verhaal van de toen tienjarige Willy Griffijn. In de hongerwinter vertrokken haar ouders met haar en haar zus Thea uit Rotterdam.

Omdat daar geen voedsel meer te krijgen was, gingen zij lopend op 8 februari 1945 op weg naar kennissen in Emmen. Op de achtste dag van hun tocht krijgen ze ’s nachts een lift van een Duitse vrachtwagen, die hen van Ommen naar Emmen brengt. Op een gastadres worden ze opgenomen en daar komt Bertha Nijenhuis langs die met haar ouders en broer Arend in Erm woont. De familie Griffijn wordt uitgenodigd naar Erm te komen. In het huis van d efamilie Nijenhuis wordt de Rotterdamse familie opgenomen. Willy heeft later een verslag gemaakt dus we geven nu haar het woord:

We kregen een mooie huiskamer, slaapplaatsen, kasten, serviesgoed, bestek, kortom een geschenk uit de hemel. Al gauw waren we een grote familie. De boerderij was voor die tijd al vrij luxe en stond op de brink van het dorp, dus centraal op een kruispunt met wegen naar Coevorden, Sleen en Emmen.

Paps ging al gauw mee aan het werk met boer Nijenhuis, Arend en de knecht Thiem, die niet meer terug naar zijn huis kon i.v.m. de oorlogsomstandigheden. Mam ging zich nuttig maken met vooral naaiwerk en ik ging naar school. Wat Thea toen deed weet ik niet zo goed meer. Wel dat ze na de bevrijding nog bij de BS (Binnenlandse Strijdkrachten) in Sleen heeft gewerkt.

Voor mij werd het een feestje. Ik werd geaccepteerd op school door de kinderen, ik was enig stadskind in de klas. En overal was ik welkom, ik belandde met mijn nieuwe klasgenootjes van de ene boerderij op de andere. Voor mij een hele nieuwe wereld, heerlijk vond ik het.

We hebben zeer spannende dingen meegemaakt. Als eerste herinner ik mij zo goed Pasen. De oorlog liep op z’n eind en de tijd werd steeds onzekerder. De traditie dat kinderen dan hard gekookte eieren in het bos omhoog gooien werd nog steeds gehandhaafd, dus ik deed ook mee met de vriendjes en vriendinnetjes. Bertha kookte voor mij – om ze te kleuren in uienschillen – ik denk wel 10 eieren.

Wij 2e Paasdag naar de bossen – Lootjesbargen even buiten Erm. Schitterende bossen en het was prachtig weer. We waren druk gooiend toen ik vliegtuigen hoorde. Bange wezel die ik was wilde ik weg. Nee, zeiden de anderen, niet doen, blijf nou hier. Ik niet, ik was zo bang en voelde gevaar, die vliegtuigen bleven maar boven ons.

Dom kind dat ik was, ik rende weg, het bos uit richting de weg. Ik moest echter eerst over een vlak veld. Ik holde en holde en hoorde van die enge duikvluchten boven mij en schieten. Ik liet me vallen en deed schietgebedjes (toepasselijk woord). De vliegtuigen trokken weer op en ik rende door naar de weg, nam daar een sprong zo in een schietgat aan de kant van de weg en tijdens die enorme sprong, want dat moet het wel geweest zijn, floot er een kogel langs m’n hoofd en patste in het land voor mij, afschuwelijk. De aardkluiten vlogen om mij heen. Ik bleef zitten waar ik zat en bibberde van top tot teen en zat onder de modder, dat zag ik toen natuurlijk niet, was niet belangrijk.

Nadat de rust was weergekeerd stak ik mijn hoofd boven dat gat en zag richting Erm enkele vrachtauto’s in brand staan. Later bleken dat Duitse auto’s te zijn, waarin een Duitser dodelijk getroffen was. Ik kroop dat gat uit, liep de weg op. Langs de brandende auto’s en vluchtte een boerderijtje in, gooide een staldeur open. Waar ik een in mijn ogen oud mannetje en oud vrouwtje met de armen om elkaar heengeslagen zag staan beven en jammeren, vlakbij het hok met een varken en biggen. Ik stond stijf van de angst, vond het daar ook niks en holde maar weer weg. Naar huis, naar huis!!

En wat gebeurde er? Het hele dorp kwam aangerend. Men had natuurlijk gehoord en gezien dat er boven Lootjesbargen geschoten werd en bijna alle kinderen van het dorp zaten daar. Ik zie nog mijn ouders en familie Nijenhuis aan komen rennen bij wie ik het eerst in de armen lag weet ik niet meer. Huilen, huilen, huilen, helemaal smerig en verkreukeld, maar ….. er was weer een beschermengeltje geweest. Doordat ik weggelopen was kwam ik ook als eerste aangerend. Eigenwijsie dat ik was. Toch ging ook dit weer snel voorbij, alleen lustte ik ’s avonds geen eieren, die in een flinke hoeveelheid ’s avonds in een kom bij het avondbrood op tafel stonden.

Ook Thea (16 jaar oud) was met jongelui van haar leeftijd in de bossen geweest. Uit hun clubje had een jongen, zoon van een boer, ook een vluchtpoging gedaan, was uiteindelijk achter een boerenwagen gaan schuilen, zat op zijn knieën en werd geraakt door een kogel; er werd een half been afgeschoten.

Morgen het verhaal over de bevrijding van Willem Kamps. Vrijdag het laatste deel van het verhaal van Willy en een ingesproken video-boodschap van wethouder Joop Brink, die zonder coronacrisis ons zou hebben toegesproken op de brink.

Copyright © 2014,  ERM.NU. Alle rechten voorbehouden.