Erm, natuurlijk! – 4

17 mei 2020
Erm, natuurlijk! – 4

Bij de vogels heerst er top drukte. Elk moment kunnen er jongen uit vliegen. Er is dus een hoop werk om zo veel mogelijk voer aan te leveren aan hun jongen.

De meeste vogels zijn afhankelijk van de rupsenpiek. Je kan zelf merken wanneer er zo’n piek is. Niet alleen laten rupsen zich aan hun zijde draadjes naar beneden zakken als ze klaar zijn om zich te gaan verpoppen, je kan ook de uitwerpselen horen. Dit klinkt misschien viezer dan het is. Rupsen eten bladeren, en wat ze niet verteren komt als een heel klein zwart droog korreltje er weer uit. In mijn eigen onderzoek verzamelden we wekelijks al het materiaal dat naar beneden is komen vallen, om zo het frass (zoals de uitwerpselen heten) er uit te halen en te wegen. Als je zelf in het bos loopt kan je het soms gewoon horen. Heel zacht getik, alsof er met zand over de blaadjes gestrooid wordt. En als je thuis komt, zitten er misschien wat zwarte korreltjes in je haar.

Afgelopen week was het wat koeler dan de week ervoor. De rupsen waren daarom ook minder actief. Toch hebben de meeste koolmezen de periode om jongen te hebben goed getimed. Die jongen kunnen elk moment uitvliegen. De bonte vliegenvangers hebben het wat moeilijker, die zitten nog te broeden, en missen zeer waarschijnlijk de rupsenpiek. Voor hun is het ook lastiger in te schatten wanneer ze moeten gaan broeden, en dat heeft alles te maken met klimaatverandering. In Afrika, waar ze overwinteren, is er nauwelijks een vervroeging van het voorjaar. Bonte vliegenvangers zijn hooguit een paar dagen eerder aan het vertrekken dan dertig jaar geleden, maar als ze dan aan komen, is het voorjaar hier al veel verder vervroegd. Ze kunnen zich nog iets aanpassen door minder eieren te leggen, maar dat helpt niet altijd. Koolmezen, die hier overwinteren, passen zich beter aan het vervroegde voorjaar aan.

                 

Veel vogels doen het dit voorjaar gelukkig wel goed. Niet alleen zijn er heel veel nestkasten bezet (daarover in de dorpskoerier), er zijn ook vogels die besluiten niet in de nestkasten te broeden. Zij broeden bijvoorbeeld in natuurlijke boomholtes gaan. Die zijn in Erm behoorlijk veel aanwezig. Dat heeft twee redenen. Er zijn veel oude bomen, en we hebben enorm veel actieve spechten. Het geroffel, of het gelach, een specht kan je van ver horen. Zien is vaak wat lastiger. En om voor roofdieren minder op te vallen, maken ze elk jaar meerdere broedholtes. Om zo nooit in een oud nest te broeden. Spreeuwen maken graag gebruik van hun gebruikte holtes. Maar ze maken er ook een zooitje van. Boomholtes die door hun bezet zijn kan je makkelijk herkennen door de witte poep die vanuit het gat naar beneden loopt. De spreeuwen deert het niet, die voeren vrolijk door.

Het overgrote deel van vogels broedt niet in holtes. Eksters, kraaien en houtduiven maken nesten van hele losse takken. Graspiepers, grutto’s en kiekendieven broeden op de grond. En er zijn ook soorten zoals de winterkoning, geelgors en merel die het liefste laag in de struiken nestjes maken. Als je vanaf de Hoek naar de Molenweg loopt, kan je vlak na de kruising met de Brinken nog zo’n soort tegen komen. Elke keer als ik er met de hond wandel hoor klinkt het geluid van een hyperactieve merel. Maar het is geen merel. Het is een mannetje zwartkop die vanuit zijn nest, veilig beschermd door de bramen in de sloot, snel de eiken in vliegt om luid te zingen. En ondanks dat het mannetje inderdaad een mooie zwarte kop heeft, is het vrouwtje op het nest onopvallender, omdat haar kopje toch         bruin is.       

                                                                     

En af en toe heb je mafketels onder de vogels, die besluiten op een compleet andere plek te broeden. Rondom de brink hangen 5 mooie nestkasten. Twee ervan zijn bezet door koolmezen. Maar waar besluit een stel pimpelmezen in te gaan zitten? In de camerapaal van het tankstation!

Tekst en foto’s        : Irene Lantman
Leuke waarneming? Irene.lantman@gmail.com



Copyright © 2014,  ERM.NU. Alle rechten voorbehouden.