Zomertijd

Zomertijd

De zomertijd is niet altijd op dezelfde datum ingevoerd:

  • 1916-1939: voor de vaststelling van de duur van de zomertijd werden verschillende regels toegepast, zoals blijkt uit de jaarlijkse publicaties in het Staatsblad. De vroegste begindatum was 26 maart (in 1922), de laatste einddatum 8 oktober (in 1922, 1933 en 1939).
  • 1940-1942: ononderbroken zomertijd van 16 mei 1940 tot 2 november 1942. In 1940 werd ook omgeschakeld van Amsterdamse Tijd naar Midden-Europese Tijd, op last van de Duitse bezetter. In deze tijd werd het in de winter pas rond 9:30 uur licht. ‘s Avonds daarentegen bleef het dan tot 18:00 uur licht.
  • 1943: zomertijd van 29 maart tot 4 oktober
  • 1944: zomertijd van 3 april tot 2 oktober
  • 1945: zomertijd van 2 april tot 16 september
  • 1946-1976: geen zomertijd
  • 1977-1980: zomertijd loopt van de eerste zondag van april tot de laatste zondag vóór 2 oktober. De vroegste begindatum was 1 april (in 1979), de laatste einddatum 1 oktober (in 1978).
  • Sinds 1981 gelden de regels zoals vastgesteld in een richtlijn van de Europese Unie.

Sinds 24 maart 1977 is de Wet tot nadere regeling van de wettelijke tijd van kracht. Deze maakt het mogelijk een zomertijd vast te stellen. Het Besluit van 5 december 2001 tot vaststelling van de zomertijd regelt de zomertijd sinds 2002.