Erm.nu
Geen evenementen gevonden!

Een kijkje in de aardappelkeuken met Harm Koerts

1 augustus 2017

Als inkoper/teeltbegeleider bij McCain/CêlaVíta in Wezep kom ik bij vele aardappeltelers in het Weser-Ems gebied, Groningen, Overijssel en Drenthe. Dit werk doe ik al 42 jaar met veel plezier. Ik kan er zowel mijn kennis en ervaring als liefde voor de agrarische sector kwijt. Op verzoek van de redactie geef ik jullie graag een kijkje in de keuken. Geen jaar is namelijk hetzelfde en telen is echt vakmanschap.

200 verschillende aardappelrassen

Er zijn ruw gezegd vier soorten aardappelteelten: poot-, tafel-, industrie- en zetmeelaardappelen. Zowel tafel- als industrieaardappelen worden ook wel consumptieaardappelen genoemd. De pootaardappelen(op het veld te herkennen aan de witte labels voor de percelen) worden vooral gebruikt voor export en om volgend jaar de andere teelten uit te planten. Voor elke teelt verschillende rassen en dat zijn zo’n 200 in Nederland.

 


Lijkt veelbelovend

 

In mijn dagelijkse werk heb ik vooral met industrieaardappelen te maken. Naast grof groeiende aardappelen voor frites worden er fijnvallende aardappelen geteeld voor een groot assortiment andere producten. De aardappelen van mijn telers liggen bijvoorbeeld in de supermarkt als koelverse krieltjes, schijfjes, ovengerechten of voorgeschilde kookaardappelen.

De juiste sortering en kwaliteit

Mijn werk bestaat er voornamelijk uit om de juiste sortering en kwaliteit aardappelen te krijgen voor de producten, waarin ze worden verwerkt. Dat vraagt om begeleiding van de telers gedurende het gehele proces: vanaf het poten tot en met het rooien en daarna ook nog de bewaring (tot eind juli). Dat is bij een natuurproduct best lastig, omdat het weer, bacteriën, schimmels (zoals phytophthora) en diverse soorten nematoden (aaltjes) grote invloed op de kwaliteit kunnen hebben.

Van poten tot rooien naar bewaren

Het grootste deel van de aardappelen wordt normaliter rond half april gepoot. Hierbij houdt de teler vaak per ras, potermaat en eindbestemming verschillende pootafstanden in de rij aan. Dit overleggen wij van tevoren, evenals de plantdiepte. Verder moeten de aardappelen precies in het midden van een goede rug staan, voor een ongestoorde groei en om bijvoorbeeld groene (onbruikbare) knollen te voorkomen. Met de huidige pootmachines is dit goed te regelen. Op veel machines zit al GPS, waardoor de teler kaarsrecht kan poten.

 


Pootmachine

 

Tijdens het groeiseizoen houden we het gewas goed in de gaten. Voor bijna elk ras krijgt de teler een specifiek bemestingsadvies. Zorgen voor voldoende loof aan de planten en dit vitaal houden, zodat ze veel en goede knollen produceren. Vanaf midden/eind juli nemen wij om de 2 weken proefrooimonsters om de groei en kwaliteit te volgen. Deze monsters worden onderzocht op het laboratorium in Wezep. 

 

De stortbak wordt bij zowel het in- als uitschuren gebruikt

 

Als de kwaliteit en knolgrootte goed is, het gewas is afgestorven en de knollen zijn huidvast, kan er worden gerooid. Vaak zo’n vijf maanden na het poten. Dit rooien moet heel zorgvuldig gebeuren, om de vervelende blauwe en beschadigde plekken op de aardappelknollen te voorkomen. Met de moderne rooimachines is de rooikwaliteit normaliter goed, maar door erge droogte of juist erg natte en koude omstandigheden moeten we hier soms op toegeven. Onder deze moeilijke omstandigheden is er veel overleg. Na het rooien gaat een deel rechtstreeks van het land naar de fabriek, maar het grootste deel gaat bij de telers in bewaarplaatsen om op een later tijdstip te worden afgeleverd.

  
Afleveren uit de schuur

 

Het bewaren van de aardappelen gebeurt in geïsoleerde schuren met ventilatoren om de aardappelen te drogen, koelen en op een constante temperatuur te bewaren. Sommige partijen blijven liggen, totdat de nieuwe oogst van het volgende seizoen klaar is. Bij het inschuren en ook later neem ik weer monsters uit de partijen om de kwaliteit te borgen. Deze kan worden beïnvloed door een verkeerde bewaartemperatuur, onnodig veel drogen of juist te vochtige omstandigheden waardoor de aardappelen te vroeg gaan kiemen enzovoort. Net als het rooien is goed bewaren, al is bijna alles computergestuurd, ook een kwestie van vakmanschap.

Geen jaar is hetzelfde

Door de wisselende groeiomstandigheden, de contacten met telers en de vraag vanuit de markt is geen jaar hetzelfde. Het nemen van monsters en het bijsturen waar nodig, geeft veel voldoening. Dat doe ik vooral in het voorjaar, de zomer en de herfst. In de winter bezoek ik de telers om afspraken te maken over de af te nemen rassen, de hoeveelheden en de uitbetalingsprijzen voor het komende jaar.

Jaarlijks hebben wij bovendien een proefveld met nieuwe rassen, die wij testen in de fabriek in Wezep. Zo hopen we rassen te introduceren met betere opbrengsten, kwaliteitseigenschappen en resistenties, die aansluiten bij wat de consument vraagt.

 

Proefveld wordt met de hand gepoot

 

Juist deze afwisseling in werk, waarbij we voortdurend moeten anticiperen op de omstandigheden, houdt het werk levendig. Dat er ook hier in de omgeving zeer vakbekwame aardappeltelers zijn, met goed geoutilleerde bedrijven, maakt mij best trots.

Met vriendelijke groet,

Harm Koerts

Uitgelicht

Kiezen
Kiezen

Kiezen

Het is best een dingetje : kiezen. Gedurende je leven zijn er veel keuzes te maken. Voor welke...