Dat je me over een tijd
niet meer zult herkennen,
liever denk ik daar niet aan.
Steeds verder bij mij vandaan.
Ik kan er niet aan wennen,
ik raak je kwijt.
Soms huil je, onverklaarbaar.
Ben je boos en prikkelbaar.
Noem je mij moeder
of gemeen loeder.
Als ik zeg:”ik ben je vrouw”,
kijk je me aan,
weg uit je waan
fluister je:”ik houd van jou”
Dat je over een tijd
niet meer weet wie ik ben,
dat raakt me diep van binnen.
Brengt me bijna buiten zinnen.
Ik ben bang dat ik er nooit aan wen.
Mijn lief, ik raak je kwijt.