Vrijdag 10 april is het 75 jaar geleden dat Erm werd bevrijd. We kunnen niet bij elkaar komen op die dag om dit feit samen te herdenken. In plaats daarvan geven we vanaf vandaag elke dag verhalen door van ooggetuigen. Om beter te beseffen wat vrijheid toen betekende, nu eerst een verhaal van Jan Kamps over de eerste oorlogsjaren in en rond Erm.
De eerste oorlogsjaren.
In de jaren 1938 en 1939 vind de mobilisatie plaats van militairen en ex-militairen, waaronder ook een aantal Ermers, omdat er oorlogsdreiging was. Voor de Tweede Wereldoorlog lag er een versperring rond Sleen. Tijdens de kerstdagen ging deze open, zodat de kinderen naar het kerstfeest konden. Ook was er een tankgracht vanaf de Slenerstroom tot de Jongbloedvaart. In Achterste Erm was een groep Nederlandse militairen ingekwartierd bij de fam. S. Renting en fam. J. Hidding. Zij moesten de stroombrug bewaken.
Begin 1940 werden er wegen afgesloten en bruggen opgeblazen. Inwoners van Diphoorn werden geëvacueerd naar Erm, omdat men dacht dat het daar veiliger was. De bezetting is wat Erm betreft vrij rustig verlopen, terwijl bij Noord-Sleen nogal hevig gevochten is. Bij de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 zag men hier groepen terugkerende militairen die zeer teleurgesteld waren.
In het begin van de oorlog schreven de landwachten leuzen op de straat, zoals “V = Victorie. Duitsland wint op alle fronten.” Toen de landwachten weg waren werd dit weer weggeveegd door de jongeren in het dorp. Hier kwam een onderzoek naar en Gerrit Sikken en Bernard Eising zijn hiervoor opgepakt. Ze hebben ongeveer vier weken vast gezeten in Assen en hebben het geluk gehad dat ze niet naar Duitsland moesten.
Na de inval van de Duitsers kwamen de overheid en alle besturen onder Duits toezicht. De distributie werd ingevoerd en alle gebruiksartikelen zoals textiel, schoeisel, fietsbanden en levensmiddelen kwamen op de bon. Koffie cacao, thee, rijst en tabak waren niet meer verkrijgbaar.
Alle opbrengsten van vee en gewassen werden geregistreerd, maar overal wist men dat ook weer te ontduiken. Zo moest bijvoorbeeld bij het dorsen al het koren gewogen worden voor aflevering. Hiervoor werd de bascule door de weger zodanig ontregeld dat deze meer gewicht aangaf en kwam men door herweging op een veilige plaats aan eigen voorraad. De Duitsers hielden paardenvorderingen en de boeren waren verplicht slachtvee te leveren aan Duitse instanties.
Ook werd er met de registratie van slachtvee gesjoemeld, zodat er clandestien kon worden geslacht. Dit ging echter niet altijd even makkelijk, want het varken dat geslacht moest worden, mocht geen geluid maken, dus gaven ze het beest een enorme klap met een grote bijl tussen de oren. Vaak werd bij een dergelijke stiekeme onderneming een jongeman op de uitkijk gezet.
Door het schaarser worden van artikelen werd men steeds vindingrijker. Er werden tabaksplanten verbouwd in eigen tuin en deze ging men zelf versnijden tot pijptabak en er werden ook sigaren van gerold. Er werd weer zelf boter gekarnd en haver tot havermout geplet. Uit suikerbieten werd suiker en stroop gewonnen en uit koolzaad olie. Rogge werd vermalen tot meel en hiervan bakte men zelf brood. De molentjes voor het vermalen van rogge en koolzaad werden door de Ermer smeden Tijben en Oldenbeuving gefabriceerd. Er is zelfs jenever gestookt in een door de smid omgebouwde melkbus. Door de schaarste ontstond er ook ruilhandel, de zogenaamde zwarte handel: bijvoorbeeld boter, spek en eieren geruild voor textiel. Op school werden er door het Rode Kruis vitaminen en sinaasappels verstrekt.
Morgen het vervolg: Er vallen slachtoffers.