Sneeuwstormen, windvlagen, ijzel en gladheid. Het wordt bar en boos in Drenthe, is de verwachting. Dat belooft veel ijsplezier en sneeuwpret, maar ook gladheid op de wegen. Wat kun je doen om gevaarlijke situaties op de weg zoveel mogelijk te voorkomen?
1. Check het weerbericht
Sneeuw kun je zien vallen en zien liggen. IJs is daarentegen soms verraderlijk onzichtbaar. Daardoor heb je niet altijd door wanneer je voorzichtiger moet rijden. Wees voorbereid en controleer het weerbericht voor vertrek. Is het glad? Wees dan extra voorzichtig op de weg.
2. Maak de auto sneeuwvrij
Als er sneeuw ligt, maak dan voor je vertrekt de auto sneeuwvrij. Niet alleen de ruiten, maar ook de motorkap, de spiegels, het dak en de deuren moeten sneeuwvrij zijn. Anders kan de sneeuw opwaaien en zie jij, of je achterligger, even niets. Sneeuwt het tijdens de rit? Zet de ruitenwissers aan.
3. Pas de snelheid aan
De snelheid aanpassen. Dat klinkt logisch, maar dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Rijd langzamer dan normaal en probeer niet te snel op te trekken. Daardoor heb je meer controle over de auto. Niet zo snel, wel zo veilig. Ook belangrijk met het oog op de snelheid; gebruik geen cruise control, want deze ‘weet’ niet dat het glad is.
4. Trek rustig op
Geef dus niet te veel gas bij het optrekken. Laat de koppeling rustig opkomen. Ligt er heel veel sneeuw, dan kun je door te hard optrekken vast komen te zitten. Moet je optrekken op een ijzige plek? Dan kun je dat beter in de tweede versnelling doen, met een slippende koppeling.
5. Stuur voorzichtig
Maak geen plotselinge stuurbewegingen. Stuur rustig, houd beide handen aan het stuur en kijk ver vooruit. Op die manier rijd je vaak rechter. Stuur je te snel? Dan heb je kans dat de wielen de grip op het wegdek verliezen. Probeer altijd rustig te kijken waar je naartoe wilt, ook als je in een slip raakt, en stuur daar – rustig – naartoe.
6. Houd afstand
Rijd niet te dicht achter je voorganger. Met gladheid is je remweg namelijk langer. Zorg er daarom voor dat je meer afstand houdt van de bestuurder voor je. Normaal gesproken houd je twee seconden afstand, nu zou je drie seconden kunnen aanhouden. Zo heb je meer tijd om op een onverwachte situatie in te spelen.
7. Wees voorspelbaar
Onvoorspelbaar zijn is in het verkeer nooit een goed idee, maar met gladheid nog minder. Bestuurders die plotseling remmen of abrupt invoegen, iedereen komt ze weleens tegen. Inspelen hierop gaat meestal goed, maar deze situaties en het reageren daarop zijn oorzaken van veel ongelukken. Is het glad? Dan worden dit soort situaties nog gevaarlijker. Voorzichtig sturen en remmen is meestal niet wat er gebeurt bij het plotseling inspelen op een gevaarlijke situatie. Hou dus extra rekening met medeweggebruikers.
8. Gas eerder loslaten in plaats van remmen
Remmen met gladheid zorgt voor gripverlies en kan slippen veroorzaken. Daarom is het voorkomen dat je moet remmen slim. Komt er een (gladde) bocht aan of een rood licht? Laat het gas dan wat eerder los, zodat hard remmen niet nodig is.
9. Toch in de slip? Blijf rustig
Probeer rustig te blijven en onthoud het volgende: kijk naar waar je heen wilt en corrigeer door middel van rustig sturen. Trap hierbij de koppeling – bij een schakelwagen – in, zo wordt de aandrijving verbroken. Laat daarna pas het gas los.
10. Onthoud deze noodstop-uitleg
In sommige gevallen is het nodig om een noodstop te maken. Hoe moet dat? Trap de rem én de koppeling tegelijk in bij het rijden van een schakelauto. Gebeurt dit hard genoeg, dan dan kan het rempedaal gaan trillen. Dat hoort zo. Het is het ABS, het antiblokkeersysteem. Dit zorgt ervoor dat wielen niet blokkeren bij hard remmen. Laat de rem dan vooral niet los. Géén ABS? Ga dan niet vol op de rem. Rem pompend en rem pas normaal als het voelt alsof de banden weer grip op de weg hebben.
11. Rijd rechts
Links rijden is voor inhalers. Zijn er meerdere rijbanen? Rijd dan rechts. Niet alleen omdat op die rijbaan minder hard gereden wordt, maar ook omdat er dan vaak een uitwijkmogelijkheid naar de vluchtstrook is. Dat kan handig zijn bij slippen of bij het inspelen op onverwachte verkeerssituaties.
12. Kies de hoofdwegen
Als er ijs en sneeuw ligt, dan is het in straten in en rondom de woonwijken vaak erg glad. Hier wordt minder (snel) gestrooid dan op de hoofdwegen. Probeer zoveel mogelijk op hoofdwegen te rijden. Daar wordt vaak goed gestrooid.
13. Rijd met winterbanden
Zorg ervoor dat er goede banden onder de auto zitten. Bij voorkeur winterbanden. Winterbanden zorgen voor meer grip bij ijs en sneeuw. De remweg is korter en er is minder kans op aquaplaning. Dat komt doordat de minimale profieldiepte 4 mm is. Voel je vooral niet de (ijs)koning te rijk bij het rijden met winterbanden; ook dan moet er opgelet worden en rekening worden gehouden met al het bovenstaande.
14. Check je profieldiepte en bandenspanning
Winterbanden zijn in Nederland niet verplicht. Dus blijven de zomerbanden toch onder de auto, of heb je all-seasonbanden? Dan is een goed profiel belangrijk. De minimumdiepte is 1,6 millimeter, maar de voorkeur gaat uit naar minimaal 2 millimeter. Vergeet ook de bandenspanning niet na te kijken.
15. Voorkom haastige spoed
Vertrek op tijd. Bij haasten met ijzel, bevind je je op extra glad ijs. Haastige spoed is zelden goed. Helemaal met gladheid. Rijd dus rustig. Als je in een ongeluk terecht komt, ben je tenslotte nog veel later.
1. Check het weerbericht
Sneeuw kun je zien vallen en zien liggen. IJs is daarentegen soms verraderlijk onzichtbaar. Daardoor heb je niet altijd door wanneer je voorzichtiger moet rijden. Wees voorbereid en controleer het weerbericht voor vertrek. Is het glad? Wees dan extra voorzichtig op de weg.
2. Maak de auto sneeuwvrij
Als er sneeuw ligt, maak dan voor je vertrekt de auto sneeuwvrij. Niet alleen de ruiten, maar ook de motorkap, de spiegels, het dak en de deuren moeten sneeuwvrij zijn. Anders kan de sneeuw opwaaien en zie jij, of je achterligger, even niets. Sneeuwt het tijdens de rit? Zet de ruitenwissers aan.
3. Pas de snelheid aan
De snelheid aanpassen. Dat klinkt logisch, maar dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Rijd langzamer dan normaal en probeer niet te snel op te trekken. Daardoor heb je meer controle over de auto. Niet zo snel, wel zo veilig. Ook belangrijk met het oog op de snelheid; gebruik geen cruise control, want deze ‘weet’ niet dat het glad is.
4. Trek rustig op
Geef dus niet te veel gas bij het optrekken. Laat de koppeling rustig opkomen. Ligt er heel veel sneeuw, dan kun je door te hard optrekken vast komen te zitten. Moet je optrekken op een ijzige plek? Dan kun je dat beter in de tweede versnelling doen, met een slippende koppeling.
5. Stuur voorzichtig
Maak geen plotselinge stuurbewegingen. Stuur rustig, houd beide handen aan het stuur en kijk ver vooruit. Op die manier rijd je vaak rechter. Stuur je te snel? Dan heb je kans dat de wielen de grip op het wegdek verliezen. Probeer altijd rustig te kijken waar je naartoe wilt, ook als je in een slip raakt, en stuur daar – rustig – naartoe.
6. Houd afstand
Rijd niet te dicht achter je voorganger. Met gladheid is je remweg namelijk langer. Zorg er daarom voor dat je meer afstand houdt van de bestuurder voor je. Normaal gesproken houd je twee seconden afstand, nu zou je drie seconden kunnen aanhouden. Zo heb je meer tijd om op een onverwachte situatie in te spelen.
7. Wees voorspelbaar
Onvoorspelbaar zijn is in het verkeer nooit een goed idee, maar met gladheid nog minder. Bestuurders die plotseling remmen of abrupt invoegen, iedereen komt ze weleens tegen. Inspelen hierop gaat meestal goed, maar deze situaties en het reageren daarop zijn oorzaken van veel ongelukken. Is het glad? Dan worden dit soort situaties nog gevaarlijker. Voorzichtig sturen en remmen is meestal niet wat er gebeurt bij het plotseling inspelen op een gevaarlijke situatie. Hou dus extra rekening met medeweggebruikers.
8. Gas eerder loslaten in plaats van remmen
Remmen met gladheid zorgt voor gripverlies en kan slippen veroorzaken. Daarom is het voorkomen dat je moet remmen slim. Komt er een (gladde) bocht aan of een rood licht? Laat het gas dan wat eerder los, zodat hard remmen niet nodig is.
9. Toch in de slip? Blijf rustig
Probeer rustig te blijven en onthoud het volgende: kijk naar waar je heen wilt en corrigeer door middel van rustig sturen. Trap hierbij de koppeling – bij een schakelwagen – in, zo wordt de aandrijving verbroken. Laat daarna pas het gas los.
10. Onthoud deze noodstop-uitleg
In sommige gevallen is het nodig om een noodstop te maken. Hoe moet dat? Trap de rem én de koppeling tegelijk in bij het rijden van een schakelauto. Gebeurt dit hard genoeg, dan dan kan het rempedaal gaan trillen. Dat hoort zo. Het is het ABS, het antiblokkeersysteem. Dit zorgt ervoor dat wielen niet blokkeren bij hard remmen. Laat de rem dan vooral niet los. Géén ABS? Ga dan niet vol op de rem. Rem pompend en rem pas normaal als het voelt alsof de banden weer grip op de weg hebben.
11. Rijd rechts
Links rijden is voor inhalers. Zijn er meerdere rijbanen? Rijd dan rechts. Niet alleen omdat op die rijbaan minder hard gereden wordt, maar ook omdat er dan vaak een uitwijkmogelijkheid naar de vluchtstrook is. Dat kan handig zijn bij slippen of bij het inspelen op onverwachte verkeerssituaties.
12. Kies de hoofdwegen
Als er ijs en sneeuw ligt, dan is het in straten in en rondom de woonwijken vaak erg glad. Hier wordt minder (snel) gestrooid dan op de hoofdwegen. Probeer zoveel mogelijk op hoofdwegen te rijden. Daar wordt vaak goed gestrooid.
13. Rijd met winterbanden
Zorg ervoor dat er goede banden onder de auto zitten. Bij voorkeur winterbanden. Winterbanden zorgen voor meer grip bij ijs en sneeuw. De remweg is korter en er is minder kans op aquaplaning. Dat komt doordat de minimale profieldiepte 4 mm is. Voel je vooral niet de (ijs)koning te rijk bij het rijden met winterbanden; ook dan moet er opgelet worden en rekening worden gehouden met al het bovenstaande.
14. Check je profieldiepte en bandenspanning
Winterbanden zijn in Nederland niet verplicht. Dus blijven de zomerbanden toch onder de auto, of heb je all-seasonbanden? Dan is een goed profiel belangrijk. De minimumdiepte is 1,6 millimeter, maar de voorkeur gaat uit naar minimaal 2 millimeter. Vergeet ook de bandenspanning niet na te kijken.
15. Voorkom haastige spoed
Vertrek op tijd. Bij haasten met ijzel, bevind je je op extra glad ijs. Haastige spoed is zelden goed. Helemaal met gladheid. Rijd dus rustig. Als je in een ongeluk terecht komt, ben je tenslotte nog veel later.