Emmelkamp, zeggen de Nederlanders tegen het Duitse dorp Emlichheim. Maar dat zeggen de meeste dorpsbewoners zelf ook. Niet, omdat het allemaal Nederlanders zijn die er wonen, hoewel in het dorp zelf en in de omgeving wel veel landgenoten wonen omdat je daar nou eenmaal meer huis voor je geld krijgt. Nee, het is omdat de spreektaal van de autochtone Emmelkampers veel lijkt op die van de autochtone
Hardenbergers. Het is een oud dorp, dat lange tijd een natuurlijke binding had met Nederland. Tot 1853 werd in de scholen van het graafschap Bentheim – waar Emlichheim toe behoort – het Nederlands als eerste taal gebruikt en onderwezen. En in de kerk werd het Nederlands tot eind 19e eeuw algemeen gebruikt.
Naar Erica
Dit deel van Duitsland wordt bezocht tijdens de 19e editie van de Kleppertoer, een vier uur durende busreis onder leiding van een gids. Na het Duitse gedeelte wordt de tocht vervolgd in Zuidoost-Drenthe, van Zandpol via Erica naar de Drentse veenkoloniën. Erica, tegenwoordig bekend als het dorp van de zanger/muzikant Daniël Lohues, maar vroeger van de buurtschappen de Peel en het Amsterdamse veld, namen die voor eeuwig verbonden lijken met turf. Toch is Erica niet als veendorp geboren, maar als boekweitkolonie. Boekweitboeren brandden heide af, waarna in de as het boekweitzaad werd gezaaid. De rook van deze gecontroleerde heidebranden heeft voor heel wat overlast gezorgd, zelfs tot ver over de landsgrens. Deze boekweitboeren woonden als kolonisten niet permanent op het veen. In het seizoen woonden ze, net als later de veenarbeiders en turfgravers, in hun tijdelijke plaggenhutten bij de boekweitakkers. Omdat ze ‘hoog en droog’ wilden bivakkeren bouwden ze hun hutten ‘Achter op Erica’. Toen in 1863 de Hoogeveense Vaart Erica bereikte ontstond er een echt dorp, een veenkolonie met veel turfgravers uit Slagharen, die uit armoede naar Zuidoost-Drenthe trokken. Dat eerste veendorp werd in de volksmond nog een poosje Nieuw Slagharen genoemd, naar de eerste bewoners, maar later werd het toch Erica, de naam van de heide die daar volop groeide.
De zand-Drenten in Erm
Van de veen-Drenten gaat de tocht verder naar de zand-Drenten, onder meer naar Erm.
Erm is een esdorp aan de rand van het Drentse plateau, tussen twee essen en twee beekdalen. Het oude dorp telt een handvol rijksmonumenten, bijna allemaal hallenhuisboerderijen met een achterbaander, een grote inrijdeur aan de achterkant van de boerderij. Het sociale leven van Erm bundelt zich grotendeels in café-restaurant Moorman, de plek waar zo’n beetje halverwege de Kleppertoer een koffiestop wordt gehouden. Onderweg wordt verteld over de bijzondere Noorderkerk en Zuiderkerk in Nieuw Amsterdam, over de molen Nooitgedacht in Veenoord, de aardappelmeelfabriek Excelsior, het gemeentehuis van Sleen en de kerkhervormer Menso Alting. Via Dalen, Coevorden en Anerveen wordt tenslotte Hardenberg weer bereikt.
Kaarten bij het I-punt
De toer wordt elke dinsdag- en woensdagavond verreden, tot en met 30 augustus. Het vertrek is telkens om 17.00 uur bij het Vechtdal College aan de Burgemeester Schuitestraat. Op woensdag 28 juni en dinsdag 29 augustus rijdt er ook een rolstoelbus. Kaarten, inclusief informatieboekje, zijn voor 12 euro verkrijgbaar bij het Informatiepunt aan de Gedempte Haven in Hardenberg. Contante betaling, want pinnen is niet mogelijk. Daar heeft men ook informatie over de speciale ritten, zoals de dialecttoer en de herfsttintentoer.