Op donderdag 6 maart is een gedenkbord geplaats langs de Hengstmeerweg bij de kruising met het zandpad naar Diphoorn.

De Stichting Luchtoorlog Onderzoek Drenthe verzamelt al jaren de gegevens van neergestorte toestellen en piloten in de Tweede Oorlog. Ook het verhaal rond Duitse neergestorte vliegtuigen wordt onderzocht. In het kader van het project ‘Lost Wings’, ‘Verloren Vleugels’ worden herdenkingsborden geplaatst op plekken waar vliegtuigen zijn gecrasht. Bij het bord aan de Hengstmeerweg gaat het om de Duitse piloot Hugo Frey, die naam had gemaakt in het neerhalen van grote ‘vliegende forten’ van de geallieerden.
Op 6 maart 1944 vertrokken vanaf vliegveld Knettishall in Engeland 730 bommenwerpers, waarvan 504 B-17 Flying Fortresses en 226 B-24 Liberators. Deze zware bommenwerpers waren met recht vliegende forten met een tienkoppige bemanning. De formatie vloog met een vrij directe route naar Berlijn, die zowel op de heen- als terugweg over Zuidoost-Drenthe liep. Als escorte van de bommenwerpers werden 801 Amerikaanse jagers meegestuurd. Deze waren van de types P-38 Lightning, P-47 Thunderbolt en P-51 Mustang. Ongeveer 10% van de bommenwerpers keerde niet terug: in totaal gingen er 75 bommenwerpers verloren. Deze dag zou bekend komen te staan als ‘Black Monday’.
Op de terugweg uit Berlijn werden de Amerikaanse bommenwerpers diverse malen hevig aangevallen door andere Duitse eenheden. Boven Haselüne en boven Osnabrück vonden hevige luchtgevechten plaats. De derde aanval kwam van vier Fockewulf jachtvliegtuigen die om 14.29 uur opstegen vanaf Oldenburg voor de derde Duitse aanval. Ten westen van Meppen kwamen deze toestellen, geleid door Oberleutnant Hugo Frey, in een luchtgevecht met een B-17 formatie. Hugo Frey had al het neerhalen van 27 grote bommenwerpers op zijn naam staan. Ook in dit gevecht wist hij vier zware B-17 bommenwerpers uit de lucht te schieten. Toen hij de vijfde aanviel, werd hij zelf aangevallen en geraakt. Hij kwam in een vrij vlakke duik over Erm heen, om een paar tellen later (in eenzelfde hoek) neer te storten.
Op de foto zien we Hugo Frey na terugkeer van een missie op 3 februari 1944.
Autoriteiten op de grond meldden: “Op Maandag 6 maart 1944 te 15:15 uur stortte, na een hevig luchtgevecht boven de gemeente Sleen, een Duitsch jachtvliegtuig neer in de bouwlanden tusschen de buurtschappen Sleen en Erm, circa 200 meter ten oosten van de weg Sleen-Erm. De wrakstukken van dit toestel waren in een omtrek van circa 300 meter verspreid. Van de piloot konden alleen lichaamsdeelen geborgen worden.
Willem Brakels, die bij zijn ouders aan het Oostereind woonde, ging met een stel jongens van zijn leeftijd kijken wat er gebeurd was: ‘We gingen ernaartoe. Wat we zagen was vreselijk.’ Anderen vertelden dat er ook een grote motor van een vliegtuig naar benden was gekomen. Dat wordt bevestigd door het rapport van de autoriteiten op de grond:
Tegelijk met het neerstorten van bovengenoemd jachtvliegtuig stortte een groote motor van een Amerikaansch vliegtuig neer in het bouwland nabij de buurtschap Diphoorn, aan de zandweg Sleen-Emmen, terwijl 3 parachutisten landden in de nabijheid van het neergestorte jachtvliegtuig. Dit bleken Amerikanen te zijn, welke ‘s avonds naar Assen zijn overgebracht.”

We zijn als dorp op weg naar de herdenking van de bevrijding van Erm op 10 april 1945. Dan is het goed om in het landschap zoals we dat nu kennen herinnerd te worden aan wat daar tachtig jaar geleden is gebeurd. Het geelblauwe gedenkbord van ‘Lost Wings’ bepaalt ons bij de verhalen die we anders allang vergeten hadden of zelfs nooit gekend zouden hebben.