Erm.nu
Geen evenementen gevonden!

Bevrijding van Erm (2).

3 april 2020

Vrijdag 10 april is het 75 jaar geleden dat Erm werd bevrijd. Op weg daarnaartoe geven we verhalen door van ooggetuigen over de oorlog in en rond Erm, uitlopend op verhalen over de bevrijding van Erm. We gaan verder met de verhalen die Jan Kamps verzamelde en waarin vandaag herinneringen van Gerrit en Willem Brakels zijn verwerkt over de eerste oorlogsjaren in en rond Erm.

Er vallen slachtoffers.

Op 7 december 1942 was Lubbert Sikken erbij aanwezig toen zij door een vliegtuig werden beschoten bij het leveren van aardappels aan een schip op Holsloot. Hierbij is toen een persoon omgekomen, namelijk Jan Stock uit leen, en Albert Renting uit Erm werd door zijn been geschoten. Zelf had Lubbert een schampschot aan zijn been, een gat in de broek en een schampschot aan zijn hand.

In juni 1943 kwam de maatregel dat jonge mannen van 19, 20 en 21 jaar verplicht moesten gaan werken in Duitsland, meestal in de oorlogsindustrie. Veel van deze mannen zijn toen ondergedoken. In de oorlog moest op last van de bezetter wacht worden gelopen om ongeregeldheden, zoals het strooien van spijkers op de weg, te melden. Deze wacht, de zogenaamde ‘spijkerwacht’ werd door de dorpelingen niet erg serieus genomen. Ook was er een verplichte tewerkstelling van 700 man uit de gemeente Sleen bij de Duitse organisatie T.O.D.T. Deze mensen moesten bij Assen tankvallen graven: gaten van 3 x 4 meter en 3 meter diep.

Op 6 maart is op de es van Oosterlangen een Duits jachtvliegtuig neergestort. De brokstukken lagen heinde en ver verspreid, evenals de ledematen van de piloot. Op 4 november 1944 is bij Sleen een V1 of V2 (een raket met bomlading, was het zogenaamde geheime wapen van de Duitsers) neergestort. Op 5 november werd dit projectiel door de Duitsers in een diep gat met stropakken eromheen tot ontploffing gebracht. Veel glasschade. Nieuwsgierige jongens uit Erm, waaronder de gebroeders Brakels kropen door de afrastering en kregen gedonder met de Duitsers wat maar net goed is afgelopen. Richting Diphoorn is een vliegtuigmotor gevallen, die door de jeugd ijverig is gesloopt.

Willem Brakels werd eens met een pistool bedreigd toen hij een Duitser uitschold, omdat deze een fiets van hem vorderde. Een andere keer was zijn broer Gerrit Brakels erbij, toen ze met Jan Hazelaar samen aan het suikerbieten laden waren bij Nieuw Amsterdam en beschoten werden door de Engelsen. Op een gegeven moment zijn er bij het Oostereind parachutisten neergekomen. Ze werden door de gebroeders Tijben naar veiliger oorden geloodst.

In de oorlog was er spertijd en verplichte verduistering met slechts verlichting bij een olielampje. Deze gasolie werd in Oostereind af en toe clandestien geruild met Duitse soldaten voor etenswaren, zoals eieren, melk en spek. De verlichting van fietsen moest afgeschermd worden; de koplamp gaf licht door een klein luikje en op het achterlicht zat een kapje, zodat het vanuit de lucht onzichtbaar was.

Eind april ging het gerucht dat Nederlandse ex-militairen weer krijgsgevangenen zouden worden. Er ontstond toen een staking en er ging een protestoptocht door het dorp. Er werd korte tijd geen melk meer aan de fabriek geleverd. Door strenge maatregelen van de Duitsers is de staking echter in de kiem gesmoord.

Tijdens de oorlog kwamen er veel evacués uit het westen naar Drenthe en dus ook naar Erm, om aan te sterken. Het voedsel werd zeer schaars in het westen, vooral in de grote steden. Dee mensen werden gewoon door de bevolking opgenomen. Zo kwam ook de tienjarige Willy Griffijn samen met haar zes jaar oudere oudere zus Thea en haar ouders in februari 1945 in Erm aan. Zij waren tot na de bevrijding welkom bij de familie Nijenhuis die de grote boerderij aan de brink bewoonde. Willy heeft de bevrijding van Erm beschreven. Haar verhaal zullen we later in deze serie doorgeven.

Ook kwamen er veel ‘etenshalers’ in het dorp. Die stumperds moesten dan met hun bij elkaar gescharrelde spullen op oude fietsen, soms met karretjes terug naar het westen. Later kwamen hier ook de zogenaamde Lunenburgers. Dit waren pro-Duitse Nederlanders die gehuisvest waren op de Lunenburger heide in Duitsland, maar door de komst van de Russen moesten zij daar vandaan. Zij werden door de Duitse overheid bij gezinnen in huis geplaatst.

21 november 1943: een vliegtuig dat zijn lading kwijt moest, liet brandbommen vallen boven Achterste Erm. Hierdoor zijn twee boerderijen verbrand: die van de familie H. Renting en die van A. Renting en zijn moeder A. Renting-Oldenbeuving. Laatstgenoemde boerderij werd verhuurd aan de familie

Lunsing. Er is ook vee van de familie Lunsing omgekomen. In 1944 zijn op die plek twee noodwoningen gebouwd, inclusief een noodstal voor het vee. Twee andere boerderijen, die van E. Manting en J. de Boer hadden ook vlam gevat, maar konden worden gered. Ook viel er een brisantbom achter het huis van de familie Zwols in Erm, waardoor een grote kater ontstond. Het huis werd onbewoonbaar en in Erm was hierdoor veel glasschade.

Morgen: Meester Nijborg en de school.

Uitgelicht

Kiezen
Kiezen

Kiezen

Het is best een dingetje : kiezen. Gedurende je leven zijn er veel keuzes te maken. Voor welke...